Wonderolie?
Paard van Troje?
een handig instrument!
Straatje leggen

De volgende kaders en invloeden zijn belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het e.i.

Fourth Generation Evaluation

Fourth Generation Evaluation

For we will argue that there is no “right” way to define evaluation, a way that, if it could be found, would forever put an end to argumentation about how evaluation is to proceed and what its purposes are. We take definitions of evaluation to be human mental constructions, whose correspondence to some “reality” is not and cannot be an issue. There is no answer to the question, “But what is evaluation really?” and there is no point in asking it. (Guba & Lincoln, 1989)


In het in 1989 verschenen standaardwerk Fourth Generation Evaluation (Sage Publicatons) onderscheiden de auteurs Guba en Lincoln vier generaties in evaluatie:

  • 1e generatie: meten;
  • 2e generatie: beschrijven;
  • 3e generatie: beoordelen;
  • 4e generatie: onderhandelen.

Het e.i. past in deze 4e generatie: elk proces wordt als uniek behandeld, evaluatie als een transactioneel proces tussen de onderzoeker en het onderzochte. Niet meten maar onderzoeken, vragen, reflecteren, analyseren en terugkoppelen. Niet zoeken naar harde, meetbare feiten maar kijken wat er werkelijk in een project gebeurt en daarop reflecteren, samen met de betrokkenen. De rapportage wordt bijvoorkeur gebruikt als een discussiestuk.

Transactionele evaluatie

Qualitative Research and Evaluation Methods, Michael Quinn Patton

Qualitative inquiry means going into the field- into the real world of programs, organizations, neighborhoods, street corners- and getting close enough to the people and circumstances there to capture what is happening. (MQP p.48)

Een tweede theoretisch kader voor het e.i. is dat van de ‘transactionele evaluatie’ zoals beschreven door Michael Quinn Patton in zijn handboek Qualitative Research and Evaluation Methods (Sage Publications, 2002. 3rd ed.)

De transactionele benadering van evaluatie is gebaseerd op dezelfde aannames als kwalitatief onderzoek: het belang van het begrijpen van mensen en processen in context, het beschrijven van veranderende omstandigheden zonder daar van te voren externe controle factoren of manipulaties als uitgangspunt aan te verbinden, en de aanname dat begrip en kennis vooral betekenis hebben wanneer ze voortkomen uit analyse van open einde, gedetailleerde, beschrijvende data, die verzameld wordt door middel van interactie en overdracht tijdens het proces. Ook bij transactionele evaluatie wordt elk project als uniek beschouwd.

Praktische invloeden

Op een praktischer niveau is het e.i. geďnspireerd door ontwikkelingen in Groot Brittannië. Daar wordt al ruim 20 jaar geëvalueerd in de cultuursector, evaluatie speelt een grote rol bij de toekenning van subsidies. Dit is niet zo verwonderlijk als men zich realiseert dat in GB alle gesubsidieerde kunst altijd een educatieve component moet hebben. De maatschappelijke taak van kunst is hier sinds de jaren ’80 geďnstitutionaliseerd. Toch heeft het tot 1999 geduurd voor er een eerste aanzet werd gegeven voor een instrument waarmee kunst- educatieve projecten gestructureerd geëvalueerd konden worden:

De eerste aanzet was ‘Partnership for learning: a guide to evaluating arts education projects’, door Felicity Woolf (ACGB 1999).
De nadruk ligt bij dit instrument op het educatieve karakter van de projecten.

Dit instrument werd in 2003 gevolgd door het evaluatie-instrument van Francois Materasso: NAIP Evaluation Toolkit, in opdracht van de Arts Council. Het instrument is speciaal ontwikkeld voor het evalueren van kunstprojecten, de nadruk ligt in deze tool op het genereren van kwalitatieve informatie over projecten.

Evaluation, important as it is, and however well it’s done, can’t and shouldn’t replace that dialogue: it should enrich it. Francois Materasso